Het woordenboek van het Oude Westen

 



"De Indiaanse manier om het lichaam schoon te houden"

De blanke man die karakteriseerde in de dagen van de kolonisatie dat de indianen slordig en vies ruikend waren, zat er behoorlijk naast. Omdat de indianen juist erg schoon op zichzelf waren, terwijl de mensen in het 'ontwikkelde' Europa hun lichaamsgeuren verbeterden met parfum en poeders en zichzelf met simpele juwelen en stropdassen enzovoorts aankleden, zonder zichzelf van te voren te wassen, terwijl de indianen regelmatig een bad namen. Ze baadden normaal gesproken in rivieren en meren en boenden hun lichaam met bladeren van een bepaalde varenplant, dat een soort schoonmakende schuim produceerde. Er werden zelfs borstels gemaakt van gras en takjes die gebruikt werden om hun haar te doen.
En de indianen maakten zelfs gebruik van stoombaden, niet veel verschillend van de Finse Sauna. Dit waren bekende manieren van baden voor de indianen.

 

"Hoofdtooien"

De hoofdtooi die de indiaan doorgaans gewend was te dragen, gaf aan van welke stam hij deel uitmaakte en wat zijn status was. De Sioux indianen in Dakota bijvoorbeeld, gebruikten een verentooi, waarbij elke veer een speciale betekenis had. Een rode veer betekende dat hij een vijand gedood had, een veer die in tweeŽn gesplitst was, gaf aan dat de drager gewond was geraakt tijdens een slag.  De Medicijnmannen en de Chiefs droegen soms ook horens op hun hoofdtooi. De Apaches gebruikten echter enkel en alleen de band om hun voorhoofd.
Veel indianen gebruikten 's winters een hoofdtooi van huiden en versierden die vaak met veren en linten.

 



"Squaw en Papoose"

Beide termen komen uit het Narraganset en betekenen: "Vrouw en Kind". De blanke man dacht dat Squaw 'echtgenote' betekende en deze veronderstelling verspreidde zich onder de andere indiaanse stammen. De Squaw had een erg zwaar leven, zij was degene die al het zware werk verrichtte. Maar ze was geenzins de onderdanige, verlegen schoonmaakster die de blanke man dacht dat ze was. Ze had een hoop te vertellen en nam deel, net als de Irokes, in de stammenraad. De indianen hielden erg van kinderen, ze doodden dan ook zelden de kinderen van hun vijanden, zelfs niet die van de blanken. In plaats daarvan adopteerden ze de kinderen liever.
 

 



"Sioux Graven" 

De doden werd in huiden opgerold en werden gebonden met takken. Ze werden begraven met hun meest waardevolle bezittingen en wapens. De geweren werden ingepakt bij de dode zelf en ze werden vervolgens op een verhoging geplaatst van houten palen, waar ze dan ook het schild van de overledene ophingen. Sommige stammen plaatsen er zelfs voedsel bij, omdat ze geloofden dat de dode het nodig zou hebben aan de overzijde.
 



"De Totempaal" 

Totempalen werden gemaakt door stammen die aan de NoordWest kust van Amerika leefden en werden artistiek gesneden uit hout van Cedar bomen. Deze stammen leefden in grote houten familiehuizen en de palen waren van origine steunpalen om het dak op te houden, gegraveerd met de familie wapens. Later werden ze gebruikt om het erf aan te geven van een huis, om begraafplaatsen te bewaken en als wachters te staan aan de rand van dorpen. Elke totempaal is een unieke weergave van stamboom van de eigenaar. De symbolen waren de dondervogel, de beer, de raaf, de wolf, de walvis, de kikker, de bever en de mens. Deze figuren waren vaak een combinatie van dierlijke en menselijke karakteristieken. Voordat de artiest een totempaal ging uitsnijden, maakte hij eerst een klein model op schaal ervan om zo de goedkeuring van de persoon te krijgen, die de totempaal besteld had.